De dicht beboste staat Michoacán is op z’n mooist in het regenseizoen. De perfecte periode om een pauze te nemen van het Mexicaanse stadse leven. De uitlaatgassen. De reggeatonmuziek die de hele dag uit de speakers van apotheken en kledingwinkels galmt. O ja, en de vuilniswagen die elke ochtend, ook op zondag, rond de klok van zeven door de straat rijdt, voorgegaan door één van de vuilnisjongens die enthousiast een koeienbel laat luiden ter aankondiging.
De uitnodiging om een weekend op het platteland door te brengen bij vriend ‘El Rostro’ (Het Gezicht) stond al maandenlang open. Deze vriend heeft ook een echte naam, maar die heb ik zelden gehoord. Dus moet ik elke keer goed nadenken hoe ik me zijn naam kan herinneren. Of hoe ik ervoor kan zorgen dat ik niet in situaties terecht kom waarin ik zijn naam nodig heb. Bijnamen worden in Mexico vaker gebruikt dan echte namen, zeker onder vrienden. Gelukkig hebben Mexicanen veel gevoel voor humor en bijna iedereen vindt het hilarisch als ik de bijnamen gebruik in plaats van de doopnamen. Eén van de voordelen om buitenlander te zijn, ook al voelt het nog steeds een beetje gek om iemand ‘gezicht’ (rostro), ‘krullenbol’ (chino), ‘kip’ (pollo), ‘vogel’ (pájaro) of ‘blondje’ (güero) te noemen. Zeker omdat in de meeste gevallen de betreffende persoon geen krullen of blond haar meer heeft. De oorsprong van de overige bijnamen zijn voor mij – en vele anderen – een raadsel. Ooit introduceerde een familielid of vriend de bijnaam, en als ie grappig is, en er geen betere voorbijkomt, blijft hij hangen.
We bereikten het pittoreske dorpje El Caracol (‘De Slak’), liggend op een hoogte van 2400 meter, in slakkentempo na een twee uur durende autorit. Deze leidde ons door prachtige bossen en langs rotspartijen en bergen. De onverharde weg slingert naast adembenemende vergezichten en een niet misselijke afgrond. De afgrond werd niet teveel bewonderd gezien de vele kruizen en tempeltjes langs de weg. De prachtige vergezichten des te meer. Ruraal Michoacán is betoverend mooi in de zomer. Alle bomen en struiken zijn in de felste kleuren groen gestoken, nadat ze de voorgaande negen maanden er redelijk flets bij hebben gestaan.
Bij aankomst werden we hartelijk ontvangen door de familie van ‘El Rostro’. Voordat we goed en wel de auto uit waren, werden we verzocht om de lokale zoetigheden te proeven. Al snel daarna namen de mannen ons op tour langs hun avocadoplantage en broeikas vol met tomatenplanten. Bij elke stap die we zetten, werden we voorzien van gedetailleerde informatie over de prachtige avocadobomen die al decennia op het grondgebied van de familie staat, de voordelen van de broeikas en alles wat er tussen ligt en groeit. De trots was niet moeilijk af te lezen van de gezichten van de twee broers en de vader. De laatste volgde ons op de voet en bij elke blik op een plantsoort werd de wandeling tijdelijk gestaakt.
Het programma dat voor de rest van de middag was bedacht, bleek te ambitieus: alle terreinen van de familie bezoeken, lunchen in een eettentje op een half uur rijden, en een bezoek aan een kruis op een hoge berg met uitzicht op het dorpje en de vallei. Zoals vele (overambitieuze) plannen in Mexico, moest hier ook water bij de wijn worden gedaan. Gelukkig is dat inmiddels geen probleem meer voor me. Behalve wanneer ik de hele ochtend lekker gemaakt word met een bezoek aan een forellenkwekerij met aangrenzend restaurant. De vers gevangen forel werd rap en zonder gemaar (aan de kant van de Mexicanen) ingeruild voor een lunch bij de 82-jarige tía (tante) die in het centrum van het dorp woont. Aangenomen werd dat tante geen hinder zou ondervinden van dit onaangekondigde bezoek.
En deze aanname was natuurlijk juist. De hartelijke vrouw ontving ons met open armen en liet ons haar prachtig verzorgde patio zien, vol met tientallen bloemen- en plantenpotten. Binnenshuis lijkt de tijd er stil te hebben gestaan. Ze had zelf trouwens al gegeten maar zonder omhaal werden zelfgemaakte en zelf geoogste bonen, avocado’s, kaas en tortilla’s op tafel gezet voor de gasten. We werden geïnstrueerd om te beginnen met eten en zoals wel vaker in Mexico, is het een strijd om toestemming te krijgen mee te helpen met opdienen of afruimen. Het was prachtig om te zien hoe tante genoot van het onverwachte bezoek en hoe drie generaties van de familie zo natuurlijk met elkaar omgaan. De verhalen van de broer van ‘El Rostro’, over zijn vele avonturen in de Verenigde Staten, waren ronduit fascinerend. Alsof het ging om een georganiseerd tripje naar Disneyland, vertelde hij nonchalant over het oversteken van de Rio Grande, de grens tussen beide landen, het risico om door de ‘migra’ (Migratiedienst) in de kraag te worden gevat en over het harde werkende leven eenmaal aangekomen. Ondertussen zat z’n moeder met haar oren te klapperen. De gemiddelde Mexicaanse moeder is al bezorgd als haar kind de deur uit is gegaan zonder een trui of jas mee te nemen, dus ik kan me moeilijk voorstellen hoe ze zich gevoeld moet hebben toen haar zoon naar het noorden trok voor onbepaalde tijd.
De gastvrijheid hield niet op bij de lunch en de georganiseerde tour van die dag. Na ‘s avonds nog een vette hap te hebben gehaald, werden we verrast door de kamer die de familie voor ons had geboekt in het enige soort van hotel in het dorp. Ze wilden niet dat we in een kamertje in hun (volgepakte) huisje hoefden te slapen. Maar daar werden we wel weer uitgenodigd voor het ontbijt de volgende dag. Met z’n zessen zaten we gezellig op krukjes in de piepkleine en stampvolle keuken te kletsen over het leuke weekend terwijl we een typisch Mexicaans ontbijtje voorgeschoteld kregen.
Al wandelend door het dorp, onder fel gekleurde plastic vlaggetjes, namen we afscheid van een bijzonder weekend. Het dorp lag er nog verlaten bij. Slechts een enkeling liet zich op de vroege zondagmorgen zien. Wellicht hield dat verband met de bruiloft van de avond ervoor waarvoor het halve dorp was uitgenodigd. Ons kent ons en onze vriend kent dus ook de enige café-eigenaar die Caracol rijk is. Hij was blij klanten te ontvangen op deze stille zondagochtend. Wat hij nog niet wist, is dat we alleen even gedag wilden zeggen. Zoals bij veel van zijn landgenoten was zijn enthousiasme aanstekelijk: ‘We moeten voorbereid zijn op de hordes toeristen die gaan komen in de toekomst’. Terwijl hij bevlogen vertelde over de aantrekkelijkheid van het gebied, en opperde om houten hutjes te bouwen voor toeristen, toverde hij een grote zak tevoorschijn. De bedrukte petjes waren alvast gemaakt voor de toekomstige horde toeristen en we mochten er alledrie alvast één uitzoeken. Het was bijna een surreëele gewaarwording. Staande in een dorpje van om en nabij 800 inwoners, ver weg van snelwegen of andere steden en waar wij de nacht ervoor in het enige hotelletje hadden geslapen, waar we ook de enige gasten waren. Of (deze) plannen realistisch zijn, doet er helemaal niet toe in Mexico. Een goede droom is het halve werk. En gastvrijheid is de belangrijkste deugd.
Over dat laatste gesproken, voor onderweg kregen we van de moeder van onze vriend nog een tupper met zoetigheid mee.
Mexicaanse gastvrijheid in een notendop.